
Je moet het maar willen, die harige, zwetende Airbnb’ers die in je bed kruipen. Vaak komen ze al hijgend met zweetpareltjes op hun voorhoofd bij mijn appartement aan. Die steile trappen in Amsterdam zijn ze niet gewend, zeker niet met twee trolleys én twee koffers. Dat ze maar één trap op hoeven, laten we maar achterwegen. De keren dat ik ‘waarom doe ik dit’? gedacht heb, zijn niet meer op twee handen te tellen. Het idee dat ze met hun blote voeten op mijn badkamertegels staan, met hun billen op mijn wc-bril zitten en misschien wel naakt op mijn bank hangen, dáár word ik toch nog steeds een beetje misselijk van. En God weet wat voor kapriolen ze nog meer uithalen.
Ze laten altijd hun sporen achter. Haren op de grond, in de douche, in de wc, ehm ja waar niet eigenlijk. Tandpasta in de voegen van mijn marmeren badkamertegels en aangekoekt in de wasbak, ondefinieerbare etensresten in de keuken en een vuilnisbak versierd met spaghetti bolognese. Ik had ooit smetvrees, maar daar was ik na een paar maanden Airbnb van genezen. Want iemand moet het ook weer opruimen, spik en span voor de volgende gasten. Maar gelukkig – daar doe ik het voor (en voor het geld natuurlijk) – zijn er ook hele fijne gasten. Reizigers die bloemen achterlaten, chocolaatjes op tafel zetten of in hun recensie schrijven hoe leuk ze het op hun stedentrip in Amsterdam gehad hebben. Middenin het centrum.
En hoe leuk is het om zelf een huisje van een local te huren tijdens je citytrip. Niet in een toeristische wijk van Parijs of in een achterbuurt in Berlijn, maar in Le Marais en het bruisende centrum van de Duitse hoofdstad. Daar kan geen hotel tegenop. Zorgen maken over de hygiëne hoef je niet, want wedden dat de verhuurder zorgt dat alles brandschoon is. Alles voor de goede recensies.