
Kiezen? Dat vind ik zoiets stoms. Waarom kiezen of je op vakantie gaat naar Sevilla of Lissabon? Waarom moest je vroeger al kiezen of je brandweer of juf wilde worden? Waarom vragen ze in het restaurants altijd: wilt u koffie óf thee? Wat nou als je het allebei wilt.
Keuzestress, dat krijg ik er van. Toen ik in 2012 afstudeerde aan de School voor Journalistiek gaf ik samen met een vriendin een afstudeerfeestje. Zij bedacht het thema: ‘Spreekwoorden of Gezegdes’. Ik bedoel natuurijk Spreekwoorden én Gezegdes. Niks of. Ik geloof dat ik me had volgehangen met snoep: ‘Om op te vreten’ én nog iets. Welke het was ben ik even kwijt, wellicht was het: ‘Elk pondje gaat door het mondje’.
Anyway, dat feest was een groot succes. Maar bij het inkopen doen speelde mijn keuzestress weer op. Ik mocht negen zakken chips kiezen. NEGEN. Er kwamen veel mensen hoor. Nu zou je denken dat is zo’n beetje van elke soort een. Maar nee. De supermarkt heeft veel meer dan negen soorten. En natuurlijk heb ik alle smaken wel een keer geproefd, dus de keuze was niet mals.
Kiezen, bah. Ik wil gewoon alles. Sparen én uitgeven. Binnen Europa op vakantie én daar buiten. In de zomer én de winter. En in de lente en de herfst. Alles daar tussenin. Naar Amerika én Japan. Ik wil leuke dingen doen én af en toe niks doen. Ik wil eten én afvallen. Een voor- en hoofdgerecht. Weet je wat: ik kies gewoon alles.